Traceerbaarheid of Tracking & Tracing is een veelvuldig geschreven en uitgesproken kreet geworden. Iedereen verwijst te pas en te onpas naar de General Food Law (GFL). Maar wat gebeurt er nu in Europees verband en wat voor een rol speelt Nederland hierin?
Afgelopen jaar konden alle lidstaten voorstellen voor nadere invulling van de GFL aandragen bij de Europese Commissie (EC) in Brussel omdat hier behoefte aan bleek te zijn vanwege de ruim omschreven wettekst. De EC heeft daarom afgelopen half jaar een aantal bijeenkomsten gehad met alle lidstaten over de GFL. In Nederland zijn de ministeries van LNV en VWS, alsmede de VWA (Voedsel en Waren Autoriteit) bezig met het uitwerken van traceerbaarheid.
De VWA heeft eind vorig jaar een standpunt over de invulling van traceerbaarheid geformuleerd. Dit is in afstemming met het bedrijfsleven gebeurd. Deze visie is een advies aan de ministeries van LNV en VWS en kan gebruikt worden voor de beleidsvorming. LNV en VWS hebben dit standpunt overgenomen en als Nederlands standpunt aangedragen in Brussel. In deze visie staat de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven centraal als het gaat om keuzes ten aanzien van traceerbaarheid en voedselveiligheid. De VWA heeft de regelgeving voor traceerbaarheid verder uitgewerkt op een aantal punten. Inmiddels is duidelijk geworden dat het Nederlandse standpunt ten dele overgenomen wordt. Daarom heeft Nederland inmiddels haar richtlijnen aangepast. Kijk voor meer info ook op de website van de VWA naar dossier Melden en Traceren (www.vwa.nl)
In Brussel is er op dit moment een werkgroep actief die werkt aan een Europees
harmonisatie-document over traceerbaarheid en meldingsplicht.
Men verwacht half januari definitief duidelijkheid te krijgen ten aanzien van
de eisen die aan traceerbaarheid gesteld worden. Intussen blijven de
verschillende belanghebbende sectoren via productschappen en brancheorganisaties
met de overheid in gesprek over aanpak en communicatie.
Op dit moment is concreet het volgende duidelijk (bron: website VWA, dossier Melden en Traceren)
Vanaf 1 januari 2005 moeten bedrijven in het bezit zijn van een traceerbaarheidssysteem. In zo'n systeem is het volgende geregeld:
Een bedrijf moet op ieder moment kunnen aantonen van wie producten zijn ontvangen en aan wie de producten zijn geleverd. Het gaat dan om de volgende gegevens:
Het traceerbaarheidssysteem moet bedrijven in staat stellen om deze gegevens binnen vier uur aan de VWA te verstrekken. De termijn van vier uur geldt per locatie
Traceerbaarheidsgegevens moeten vijf jaar bewaard worden. Bevat het product een houdbaarheidstermijn? Dan is de bewaartermijn gelijk aan de houdbaarheidsdatum plus zes maanden.
Dit wil zeggen: het kunnen koppelen van grondstoffen die het bedrijf binnenkomen aan de producten die het bedrijf weer verlaten. Interne tracering is niet verplicht, maar kan de omvang van een crisis of calamiteit en daarmee ook de omvang van een terughaalactie aanzienlijk beperken.